Vlag Oost Turkestan

Woensdag 2 oktober 2002

Naar Heaven Lake

"Even" geld halen

De wekker gaat om half acht. Ik had acht uur bedoeld. En het is wel Beijing-tijd, dus half zes is een reëlere tijd. Deze keer waag ik me maar niet aan het hotel-ontbijt: 20 yuan is natuurlijk niet echt duur, maar nog steeds teveel voor wat ik normaal gesproken zou eten. Maar ik ben vrijwel platzak; ik heb wel nog net geld om op straat iets voor een ontbijtje te kopen, maar veel meer ook niet en ik ben ook Rob de 20 yuan van gisteravond nog schuldig. Geld wisselen is dus prioriteit nummer een.

Naar de receptie. De receptioniste spreekt drie woorden Engels en snapt nog net dat ik dan iemand anders wil spreken. Die iemand anders snapt het nauwelijks beter, maar belt iemand voor me (het enige personeelslid in het hotel dat Engels spreekt?) die me over de telefoon uitlegt dat het hotel geen geld kan wisselen: alleen de China Bank kan dat. Waar is dat dan? "Ask the doorman" zegt ze, dan komt het wel goed. Dat wordt het volgende communicatie-probleem: ook hij spreekt maar een paar woorden Engels; toch weet hij me nog net duidelijk te maken dat (als ik het goed begrijp) de bank pas om 10 uur open gaat.

Eerst maar ontbijt dan. Ik loop het hotel uit naar links en sla bij de rotonde weer links af. In een zijstraatje aan de rechterkant wordt brood gebakken: vers gefrituurd in de wok, met bosuitjes door het deeg. Het kost maar 1 yuan en wordt opgevouwen in een plastic zakje. Op de terugweg op de hoek nog een sapje voor 2,5 yuan en m'n ontbijt is compleet.

Beneden vind ik zowaar Rob in de ontbijtzaal en ik leg hem het geldprobleem uit. Hij leent me er nog 100 yuan bij, dan kan ik desnoods met de taxi naar de bank, want het hoofdkantoor is nogal een eindje weg. Een groep zou naar het museum gaan: het zou interessant zijn, al is een deel in renovatie - maar erg veel tijd is er ook niet. Eigenlijk vind ik het leuker om zo een "boodschap" in de stad te doen dan door een half-gesloten museum rond te rennen. Bovendien zal ik hier vast nog wel een keer terugkomen als ik de Zijderoute vervolg. Terug naar m'n kamer om het op te eten: het bosuitjes-brood is heerlijk!

Na het ontbijt ga ik de stad weer in. Eerst maar naar het dichtstbijzijnde kantoor van de China Bank (nr. 24 op de Lonely Planet plattegrond). Dat blijkt echter gesloten te zijn. Naast de ingang zit een briefje op de muur geplakt, maar dat is natuurlijk alleen in het Chinees (je ziet hier geen tweetalige opschriften omdat in deze stad vrijwel geen Oeigoeren wonen). Even verderop, aan de andere kant van de straat, blijkt een nieuw kantoor van de China Bank te zijn. Ook gesloten. Dan maar naar het hoofdkantoor. Onderweg kom ik nog een ander kantoor tegen, ook dicht. Een andere bank heeft 24-uurs service met ATM's waaronder 2 internationale; die machines accepteren echter alleen maar EC cards, dus daar heb ik ook niets aan. Vlak daarbij heeft een straatverkoper een mooie plattegrond van Ürümqi; ik koop een nog ongevouwen exemplaar van hem voor 3 yuan (dat heb ik nog wel). Inmiddels is de realiteit pijnlijk duidelijk geworden: alle banken zijn vandaag dicht. Gelukkig zie ik even verderop de Holiday Inn: als ze daar geen geld kunnen wisselen...

In het hotel loop ik zelfverzekerd op de Cashier af. Er staan mensen af te rekenen en geld te wisselen, en over het ontbijt te praten ... in het Nederlands. Ze hebben geen idee dat ik alles versta wat ze zeggen. Zo verneem ik dat het ontbijt hier 80 yuan kost (het heeft ze blijkbaar goed gesmaakt); in het Electricity Hotel kostte het ontbijt 20 yuan - en mijn heerlijke ontbijtje heeft me 3,5 yuan gekost... Als ik aan de beurt ben zeg ik dat ik dollars wil wisselen. "What's your room number?" Dat heb ik dus niet. Dan kan het niet, sorry. Ik vraag vriendelijk of ze me misschien alsjeblieft toch kan helpen omdat vandaag alle banken dicht zijn en ik toch echt geld nodig heb. Even vragen, zegt ze, en verdwijnt door een deur naar achteren. Als ze terugkomt vraagt ze hoeveel ik wil wisselen (30 USD) en gaat het toch door! Wel moet ze even m'n paspoort zien en wordt het nummer genoteerd, maar dat is vrij normaal voor zo'n transactie. Ik heb weer geld! Terug naar het hotel. Onderweg, bij de rotonde, nog even een foto van een Oeigoers orkestje (twee trommelaars en een zurna-speler) dat op straat staat te spelen.

Tip voor China-gangers

Eenmaal terug in het hotel hoor ik van de anderen dat ook het museum vandaag dicht was: helemaal dicht, niet alleen waar ze aan het renoveren waren. De les is duidelijk: als je een reis door China maakt waarin 1 oktober valt, reken er dan op dat "officiële" gebouwen als banken en musea de rest van de week waarin die datum valt ook gesloten blijven! En je vindt ook niet overal een hotel als de Holiday Inn waar ze zo vriendelijk zijn een niet-klant met een klein bedrag terwille te zijn. Op tijd geld wisselen, dus, en pas excursies met een museum erin maar even aan...

Yurts tussen naaldbomen

Om ongeveer 12 uur gaan we weg, met bagage voor één nacht, de rest wordt in het hotel opgeslagen. Eerst een grote weg, langs moderne nieuwe woonwijken. Per wijk tamelijk gelijkvormig, maar woonkazernes kun je het ook niet noemen, het ziet er best aardig uit; variaties op één vormthema per wijk komt er misschien dichter bij. Maar Ürümqi, de hoofdstad van Xinjiang, is een moderne miljoenenstad. Als we eenmaal de stad uit zijn rijden we eerst door een stukje woestijn met hier en daar een onderbreking voor wat landbouw. De woestijn zelf bestaat uit schaars begroeide zandheuvels. Ook passeren we tweemaal een tol: teken van het nieuwe China. Dan slaan we rechtsaf, en rijden langzamerhand de bergen in. Het landschap wordt nu geleidelijk ruiger en steniger - maar ook groener: er verschijnen bomen, later ook naaldbomen.

Nog een eind voor Heaven Lake zien we yurts: in deze streek leven Kazakken, die hier grotendeels als half-nomaden leven, net als Kazakken in Kazachstan en natuurlijk de Kirgiezen. Ook gebruiken en kleding komen sterk overeen met de andere Kazakken en Kirgiezen. De meesten zijn gewoon veeboeren met geiten en schapen, maar er zijn er ook bij die aan toeristen onderdak verlenen in (gasten)yurts. Na alle yurts in Kirgizië in de bergweiden gezien te hebben is het toch een vreemd gezicht om ze hier tussen de naaldbomen te zien staan.

Toeristenindustrie Chinese stijl

Nadat we een eind langs de rivier en de onder de bomen half verscholen yurts zijn gereden komen we bij een grote parkeerplaats. Hier moeten we uitstappen: "onze" bus gaat niet verder. We stappen over op een andere, kleinere bus. We noemen het "Centerparks": streng gereguleerd toerisme, attracties, zelfs een kabelbaan (die overigens wel fraaie uitzichten moet verlenen). Weer verderop moeten we opnieuw overstappen: nu op elektro-karretjes. Niet dat onze eigen bus deze plek niet zou kunnen bereiken of dat het hier een stiltegebied is ... het lijkt eerder een truc om de toeristen zoveel mogelijk geld uit de zak te kloppen. Bij elke stop zijn er ook weer restaurants, attracties, souvenirs. Met enig passen en meten passen we met z'n allen en bagage in twee elektrokarretjes, die vervolgens langs een aantal haarspeldbochten onder de kabelbaan door naar boven rijden. Boven aangekomen moeten we uitstappen en nog een eind langs het meer lopen tot waar een boot ons zal oppikken. Om bij de steiger te komen moeten we dan nog een stenige helling af - niet echt lekker met bagage en zonder wandelstok bij de hand (hij zit ingepakt omdat ik hier niet op had gerekend). Ook hier is het een toeristenindustrie van jewelste: zo kun je alleen of met een hele groep gekostumeerd op de foto ... of met een witte geit die van de roze strik in het haar en de grote roze zonnebril op haar neusje geen hinder lijkt te ondervinden. Alles "leuk voor toeristen" - maar de meeste toeristen zijn hier natuurlijk Chinezen; die vinden het allemaal prachtig en spannend. Het spektakel geeft in elk geval enige afleiding bij de voor mij moeizame tocht naar beneden. Gelukkig hoeven we niet erg lang op de boot te wachten waar we, alweer met passen en meten, tegen verwachting allemaal in kunnen - met staanplaatsen voor het team van onze gastheer Rashit, een Kazak, die ons was komen afhalen en al in de kleine bus bij ons was ingestapt.

Kamperen zonder toeristen

Hoogte1842m
N43º52'43.8
O88º07'33.6

Het meer, volgens de Lonely Planet "Heavenly Lake" maar volgens het toegangskaartje en alle borden daar "Heaven Lake" geheten (daar houd ik me dus maar aan) ligt op 97 Km ten oosten van Ürümqi, ten oosten van de Tiensjan (Tian Shan) bergketen - het staat niet op mijn kaart, maar het ligt ten noorden van de Bogda Feng, een hoge met gletschers bedekte berg die er wel op staat. Volgens het toegangskaartje ligt het meer op 1910m hoogte; mijn GPS is (nog) niet geijkt voor hoogtemeting, en geeft hier een andere (lagere) waarde. Als we eenmaal in het yurtenkamp van Rashit *) zijn aangekomen zijn we alle gekrioel van toeristen meteen weer kwijt. De meeste toeristen zijn dagjesmensen die boottochtjes maken of een stukje wandelen maar hier blijkbaar niets te zoeken hebben. Vanuit het kamp, in een inham aan de westelijke oever van het meer, is zelfs de aanlegsteiger waar we op de boot gestapt zijn niet meer te zien. We slapen in twee yurts met compleet beddengoed voor iedereen: matrasje, kussen en dekbed; ik weet dat zo'n dekbed heerlijk warm is en neem dan ook niet de moeite mijn slaapzak uit te pakken. Achterin het kamp, de helling op, is het toilet: twee grote gaten in de grond met stevige planken erover, en keurig afgeschermd met zeildoek: een voor de mannen en een voor de vrouwen. De lunch wordt even later buiten opgediend, waar een paar lage tafels zijn gemaakt met wat bankjes van planken en boomstammen eromheen om op te zitten. We krijgen plov (lekker), en er is zelfs koel bier voor erbij.

Meer over het Heaven Lake...

Wandelpad

Na de lunch kleed ik me eerst warmer aan, het trekt steeds meer dicht; dan pak ik mijn wandelstok, en ga op pad. Je kunt vanuit het kamp langs een pad de berg op wandelen, maar dat is me te steil met m'n nog steeds gevoelige enkel. Ze zijn ook bezig een "vlak" wandelpad aan te leggen rondom het meer; het is nog lang niet klaar maar hier loopt een stuk. Ik neem eerst maar het pad langs het meer rechtsom vanuit het kamp gezien - ik zie wel waar ik vastloop. Ik kom verder dan ik verwachtte. Op de eerste landtong staat een groepje kleine bomen met prachtig herfstgele bladen; bij elk zuchtje wind waaien er meer bladen af: nog even en ze zijn kaal. Na de landtong is er een volgende inham, maar het pad loopt door. Hier is ook een kamp, maar niet voor toeristen; ik vermoed dat dit een kamp is voor de werklui die het pad aanleggen. Boven de tenten (geen yurts) graast een aangelijnde koe, verder is er blijkbaar niemand thuis. Een eindje langs de volgende landtong loop ik toch vast: het pad eindigt in over elkaar heen getuimelde rotsblokken - een goede klauteraar komt er wel overheen, maar ik waag me er niet aan. Een eindje terug op een mooie plek maak ik een 180º panorama, dan loop ik verder terug naar ons kamp. Bij het wegenbouwerskamp zijn ze juist bezig een nieuwe lading van de grote stenen platen waarmee het pad wordt aangelegd van een boot aan wal te brengen: vier man zijn nodig om een plaat te sjouwen.

In het kamp is men bezig de yurts met plastic af te dekken. Blijkbaar verwachten ze regen, maar voor mij ziet het er gewoon bewolkt uit. Ik ga naar binnen om onder het genot van een biertje wat bij te schrijven. Er is ook een nieuwe gast: hij is net aangekomen en logeert in de volgende yurt. In de onze brandt de kachel, dus mag hij bij ons zitten: voor hem alleen doen ze de kachel niet aan. Buiten, en dus ook in een onverwarmde yurt, is het inmiddels aardig koud. Mike blijkt een Australiër te zijn die in China Engelse les geeft (daar is meer dan genoeg belangstelling voor, legt hij uit), en nu vakantie heeft. Hij is vanaf de aanlegsteiger komen lopen: dat deel van het pad is klaar.

Handgemaakte noedels

Het avondeten is simpel maar goed: we eten hier wat ze zelf eten. Vanavond is dat zelfgemaakte noedels met een smakelijke saus van vlees en groenten. Er wordt groene thee bij geserveerd. we eten met z'n allen in "onze" yurt, en er is een lage tafel aangesleept waar de kommen opgezet worden. Inmiddels is het inderdaad gaan regenen, het klettert op het plastic dat over over de yurt is gespannen. Na het eten kletsen we nog wat; dan gaat een deel naar de andere yurt en kunnen we gaan slapen. Het is heerlijk warm onder het ruime dekbed.